“We wonen dus eigenlijk nog steeds samen, alleen met extra zorg erbij”

“We wonen dus eigenlijk nog steeds samen, alleen met extra zorg erbij”

Dichtbij en met een warm gevoel: Winston over de zorg voor zijn vrouw in 't Gasthuis

Bijna zestig jaar zijn Winston en Eike Willems getrouwd. Hun leven bracht hen over de hele wereld: van Amerika tot Duitsland en Frankrijk. “We hebben in verschillende landen gewoond, door mijn werk voor een internationale organisatie,” vertelt Winston. “Maar in 2019 werd mijn vrouw ziek. Toen wisten we: we moeten terug naar Nederland, naar Goes.” 

Sinds twee jaar woont Eike in Residence ’t Gasthuis, waar ze de zorg krijgt die ze nodig heeft. Ze heeft Parkinson en kan haar armen en handen niet meer gebruiken. Winston is er elke dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. “We wonen dus eigenlijk nog steeds samen, alleen met extra zorg erbij.”

Een nieuw thuis, met zorg dichtbij

Na jarenlang in Frankrijk te hebben gewoond, besloten ze terug te keren naar Goes. “In Frankrijk was de dichtstbijzijnde dokter of specialist vaak een half uur rijden. Hier is alles om ons heen en dat gaf rust.” 

Via een periode van ziekenhuisopnames en revalidatie vond Eike uiteindelijk haar plek bij Zorggroep Ter Weel. “Ze wordt hier goed verzorgd,” zegt Winston. “We kennen de medewerkers nu allemaal en zij kennen ons. Dat persoonlijke contact is erg prettig.”

Samen leven, ook in de kleine dingen

Winston brengt zijn dagen grotendeels bij zijn vrouw door. “Ik ben hier meestal van elf uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Ik geef haar te eten en als ze bijvoorbeeld verschoond wordt, help ik gewoon mee. Ik hoef hier niet naast te zitten zonder iets te doen.” 

Ook buiten de kamer zoeken ze samen de zon op. “Ik heb een appartement gekocht in het tweede Gasthuis-gebouw, zodat ik dichtbij ben. Als het mooi weer is, neem ik haar mee in de rolstoel naar mijn appartement. Dan zijn we daar samen.”

Een vertrouwde samenwerking

De samenwerking met de zorgmedewerkers verloopt vanzelf. “Het is eigenlijk een puzzel die je samen oplost,” vertelt Winston. “De ochtendmedicijnen worden door de zusters gegeven. Daarna neem ik het over. Ik heb op mijn telefoon alarmen ingesteld, zodat ik weet wanneer ze wat moet innemen.” 

Ook het contact is warm en persoonlijk. “De medewerkers tonen echt interesse. Ze vragen naar onze geschiedenis en hoe het was om in Amerika of Frankrijk te wonen. Dat waardeer ik enorm.”

Winston kijkt met tevredenheid naar hoe het nu gaat. “We zijn altijd zelfstandig geweest, dus het was even wennen om de zorg te delen. Maar ik ben blij dat we hier zijn. Zolang het kan, blijven we het zo doen.” 

Hij glimlacht. “Ik kan thuis gaan zitten achter de geraniums, maar dat levert niets op. Hier kan ik iets doen, iets betekenen. En we zijn samen, dat is het belangrijkste.”